Personen en Familierecht
Nieuws
Alimentatie: wettelijke indexering
Alimentatie wordt jaarlijks van rechtswege verhoogd. Van rechtswege betekent dat de verhoging uit de wet volgt; in de overeenkomst/ de uitspraak van de rechtbank hoeft de verhoging niet vastgelegd te zijn. Dit geldt voor kinder- en partneralimentatie.
Bij de verhoging wordt aangesloten bij de verhoging van de CAO-lonen in Nederland. De verhoging per 1 januari 2011 bedraagt 0,9%.
Mochten partijen vergeten zijn de jaarlijkse indexering toe te passen, dan kan de alimentatiegerechtigde tot vijf jaar terug de verhogingen van de alimentatieplichtige vorderen. Bij deze regel wordt aangesloten bij de algemene verjaringsregels uit boek 3 BW (artikel 3:308 BW).
Fiscaliteiten: wijziging invulling van het begrip fiscaal partnerschap
Wie fiscaal partner is met zijn/haar partner, kan samen aangifte doen. Door bepaalde inkomensbestanddelen in de aangifte aan elkaar toe te kennen, kan er belastingvoordeel behaald worden.
Het begrip fiscale partner kan afwijken van wie in het gewone spraakgebruik aangeduid wordt als ‘partner’. De regelgeving rondom de voorwaarden wie als fiscaal partner van een ander kan gelden, is gewijzigd. De wetgever sluit in de huidige wetgeving per 1 januari 2011 aan bij een aantal objectieve criteria.
Gehuwden en geregistreerde partners gelden voor de fiscus als fiscaal partners, totdat zij een echtscheidingsverzoek bij de rechtbank ingediend hebben. Samenwoners moeten echter voldoen aan meerdere (objectief bepaalbare) eisen om te kunnen worden aangemerkt als fiscaal partner; zij moeten op hetzelfde adres bij de gemeente ingeschreven zijn en voldoen aan een aanvullende eis (zoals het samen hebben van een huis of kind, of elkaar aangewezen hebben als partner bij de pensioenverzekeraar).
Voor één bepaalde groep mensen kan de huidige wetgeving nadelig uitpakken: mensen die officieel van tafel en bed met elkaar gescheiden zijn en beide een eigen huis bezitten, worden aangemerkt als fiscaal partner en kunnen dus slechts de hypothecaire lening van één van de woningen aftrekken (slechts één van de woningen kan als hoofdverblijf gelden). Voorheen konden zij kiezen om niet elkaars fiscale partner te zijn en bestond er dus de mogelijkheid om fiscaal voordeel te genieten ten aanzien van de beide woningen.
Kinderen: kiezen als zij twaalf jaar oud zijn?
Veel mensen denken dat het minderjarige kind van gescheiden ouders mag kiezen bij welke ouder hij/zij gaat wonen bij het bereiken van de twaalfjarige leeftijd. Dit is echter niet het geval. Kinderen staan onder het gezag van hun ouders. Onderdeel van het ouderlijk gezag is dat de ouders beslissen bij welke ouder het kind woont. Het ouderlijk gezag vervalt automatisch bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd, pas dan beslist het kind zelf waar hij/zij zal wonen.
Wel wordt een kind vanaf de leeftijd van twaalf jaar in de regel door de rechter gehoord in een procedure die op (niet financiële) aangelegenheden rondom het kind betrekking hebben. Maar ook dan hoeft de wens van het kind niet doorslaggevend te zijn. Het belang van het kind geldt als de doorslaggevende factor en dit loopt niet altijd parallel met de wens van het kind.