Letselschade
Nieuws
Letselschade in strafzaken
Op 1 januari 2011 is de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking getreden.
Door deze wet krijgt het slachtoffer een aantal rechten. Zo heeft het slachtoffer recht op informatie over de strafrechtelijke procedure en de mogelijkheden van schadevergoeding, recht op kennisneming van de stukken, recht op bijstand van een advocaat en een tolk en spreekrecht op de zitting.
De mogelijkheid om schade te vorderen in een strafprocedure wordt door de wet verbeterd. Er is nu voor gewelds- en zedenmisdrijven ook een voorschotregeling van toepassing. Dit betekent dat wanneer een veroordeelde binnen acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichting voldoet, de Staat het resterende bedrag aan het slachtoffer zal uitkeren. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau zal dan proberen het bedrag bij de dader te innen.
Wanneer u slachtoffer wordt van een strafbaar feit en de schade wil verhalen op de dader, kunt u voor professionele ondersteuning terecht bij BoutOveres Advocaten. De specialisten op dit terrein zijn mr. J.J. van der Molen en mr. M.A. Pasma.
Nieuwe Wet Deelgeschil procedure voor letsel- en overlijdenschade lijkt vooralsnog een succes
Aan de zijde van letselschadeslachtoffers bestond in de praktijk een grote behoefte aan een snelle en informele rechtsgang als het dossier tegen de verzekeraar vast was gelopen. Per 1 juli 2010 heeft de wet hiervoor een nieuwe procesvorm geïntroduceerd: de Deelgeschil procedure.
In deze procedure kunnen bij een buitengerechtelijke afwikkeling van letselschadezaken, dus zaken waarbij de rechter nog niet was betrokken, partijen toch de rechter vragen om te beslissen over geschilpunten waarop de onderhandelingen dreigen vast te lopen of zijn vastgelopen. De gedachte achter deze regeling is dat partijen, nadat de rechter over een deelgeschil de knoop heeft doorgehakt, terug kunnen keren naar de onderhandelingstafel om vervolgens alsnog tot een regeling te komen. Het bijzondere van deze nieuwe regeling is dat de in de wet geregelde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, in die zin dat de aansprakelijke wederpartij, meestal een verzekeraar, de redelijke kosten van de advocaat van de benadeelde volledig vergoedt, op deze deelgeschilprocedure van toepassing is verklaard. Dit betekent dus dat de kosten van de nieuwe rechterlijke procedure in beginsel voor rekening komen van de aansprakelijke partij of van diens verzekeraar. Hierdoor is deze procedure bij de rechter veel laagdrempeliger geworden en zal deze naar verwachting de afwikkeling van letselschade aanzienlijk vergemakkelijken. Er werd dan ook verwacht dat de deelgeschilprocedure voor de praktijk van grote invloed zou zijn op de “machts”verhoudingen in de letselschadepraktijk.
Verder werd verwacht dat in de letselschadepraktijk spelende rechtsvragen die tot dusver slechts incidenteel aan de rechter werden voorgelegd, in verband met het risico van hoge kosten, nu zelfstandig onderwerp zouden kunnen worden van uitvoerige rechtspraak. Eén van de belangrijkste verwachtingen was echter dat de duur van de behandeling van de letselschadeclaim door deze nieuwe procedure aanzienlijk zou kunnen worden bekort. De nieuw geïntroduceerde eenvoudige en snelle toegang tot de rechter ter oplossing van een deelgeschil, zou naar verwachting een grote bijdrage kunnen leveren aan een vlotte en soepele totstandkoming van een eindregeling. Immers, een jaren lopend letseldossier is voor de benadeelde vaak emotioneel en financieel bijzonder belastend.
Inmiddels kan een evaluatie worden gemaakt van de werking van de nieuwe wet Deelgeschillen. In de periode 1 juli 2010 tot 1 januari 2011 zijn er ca. 20 beslissingen in deelgeschilprocedures gepubliceerd. Dit lijkt relatief een beperkt aantal maar de praktijk heeft geleerd dat de enkele aankondiging van een deelgeschilprocedure zaken die vastzaten al lostrok.
Tevens zijn er na het indienen van het nieuwe verzoekschrift ook verscheidene zaken alsnog buiten de rechter om geregeld en zijn die verzoeken ingetrokken. Daardoor is het niet tot een publicatie gekomen.
Ikzelf heb tijdens een mondelinge behandeling van een verzoek in het kader van de wet deelgeschillen bij de rechtbank een definitieve minnelijke regeling getroffen, waarna het niet tot een uitspraak is gekomen.
Conclusie:
Vooralsnog ziet het er naar uit dat de nieuwe wet deelgeschillen die 1 juli 2010 is ingevoerd succes heeft en ertoe leidt dat veel te lang lopende letseldossiers versneld tot een acceptabele afwikkeling komen.
Dit dient het belang van de letselschadeslachtoffers.
Mr. J.J. van der Molen