Nieuws
Natuurbeschermingswet per 31 december 2011 opnieuw gewijzigd
Natuurbeschermingswet per 31 december 2011 opnieuw gewijzigd
Hoe zit het nu met bestaande veehouderijen, ammoniak en Natura 2000?
De wetgever zit erg in zijn maag met de Natuurbeschermingswet.
Sinds de implementatie van de Habitatrichtlijn die op 1 oktober 2005 haar beslag kreeg, is hij voortdurend bezig gaten te dichten, met name waar het betreft de regeling voor bestaand gebruik en de stikstofproblematiek van (intensieve) veehouderijen. Inmiddels zijn we al weer toe aan de vierde wetswijziging in nog geen drie jaar. Leg de verschillende baanbrekende uitspraken van de Raad van State over (intensieve) veehouderijen en stikstofproblematiek ernaast en de verwarring is compleet. Zelfs doorgewinterde Natura 2000 specialisten hebben de grootste moeite vast te stellen wat nu rechtens is per wanneer.
Hieronder geef ik puntsgewijs aan hoe het mijns inziens zit met de vergunningplicht voor bestaand gebruik (ingevolge art.19 lid 1 jo lid 3 Nbw), waarbij ik gebruik overeenkomstig een beheerplan (dat vergunningvrij is op grond van art.19 lid 2 Nbw) buiten beschouwing laat.
Hoofdregel: bestaand gebruik in beginsel vergunningvrij (art.19 lid 1 jo lid 3)
De Natuurbeschermingswet gaat er van uit dat alle bestaand gebruik in beginsel vergunningvrij is.
Definitie bestaand gebruik (art.1 onder m)
Bestaand gebruik is gebruik dat op 31 maart 2010 bekend is, of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn bij het bevoegd gezag.
Uitzondering op hoofdregel (art.19 lid 3)
Bestaand gebruik is niet vergunningvrij als er sprake is van een project met -kort gezegd- mogelijk significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied.
Definitie project
Een project is de oprichting, dan wel de uitbreiding of wijziging, van een (intensieve) veehouderij (ABRvS 31 maart 2010, BR 2010,96).
Voortzetting van gebruik (de exploitatie) waarvoor op de referentiedatum al een toestemming bestond is geen project maar een “andere handeling”. Daarvoor geldt dus geen vergunningplicht.
Referentiedatum
De referentiedatum is 7 december 2004 (de datum waarop de lijst van gebieden van communautair belang ingevolge de Habitatrichtlijn is vastgesteld). Is het gebied eerder al als Vogelrichtlijn-gebied aangewezen, dan geldt in zoverre de datum van aanwijzing als Vogelrichtlijn-gebied als referentiedatum, met als vroegst mogelijke datum: 10 juni 1994 (zijnde de datum waarop Vogelrichtlijn-gebieden onder het beschermingsregime van artikel 6 Hrl kwamen te vallen). Stikstofproblematiek speelt voor Vogelrichtlijn-gebieden een rol als er voor stikstofgevoelige vegetatie aanwezig is die van belang is voor de instandhoudingsdoelstellingen voor vogels waarvoor het gebied is aangewezen.
Toestemming
Onder een toestemming dient te worden verstaan: een vergunning of een melding krachtens de Wm of de daaraan voorafgaande Hinderwet (idem ABRvS 31 maart 2010). Het gaat om de laatste vergunning/melding vóór de referentiedatum.
Resumerend
De ongewijzigde voortzetting van de exploitatie van een (intensieve) veehouderij die op de referentiedatum vergund was via een milieu-of Hinderwetvergunning dan wel een melding krachtens deze wetten, is vergunningvrij.
Is er sprake van een oprichting, wijziging of uitbreiding van een (intensieve)veehouderij ná de referentiedatum, dan is de hele inrichting vergunningplichtig.
Beoordeeld dient dan te worden of er sprake is van significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Bij wijziging of uitbreiding moeten de gevolgen worden vergeleken met de situatie zoals die vergund was ten tijde van de referentiedatum.
Is de inrichting vergunningplichtig, dan kan zich nog de mogelijkheid voordoen dat (een deel van) de stikstofdepositie bij de beoordeling van de vergunningaanvraag buiten beschouwing blijft op grond van artikel 19kd Nbw.
De peildatum 7 december 2004 in art.19kd is in strijd met de Hrl indien het gaat om een gebied dat (eerder) is aangewezen als Vogelrichtlijn-gebied (ABRvS 7 september 2011, BR 2011/190).
mr. Liesbeth Holtz-Russel